zaterdag 28 februari 2015

Foto's Bekijken III


Dit is een foto van een kunstwerk.

Kunstenares is Marina Abramovic.


Die naakte figuren zijn modellen en ze dwingen mensen langs hen te schurken op weg naar de volgende zaal in één of ander museum.

Dat is het kunstwerk.

Mensen met elkaar confronteren.

Als je aandachtig kijkt zie je dat de mannelijke bezoeker zich tegen het vrouwelijk element van het kunstwerk aanschurkt; de vrouwelijke bezoekster zoekt het dicht tegen de man.

Hetero's zijn het, denk ik.

Natuurlijk, hier zijn het bezoekers van een tentoonstelling die zich waarschijnlijk niet ergeren aan deze situatie.


Ik zou graag de reacties eens zien in een nauwe doorgang van bij voorbeeld één of ander administratief centrum waar je je identiteitskaart moet laten vernieuwen.

Of onderaan de roltrappen van spoor 13  in Brussel-Zuid.
 
Ik zou vooral bezorgd zijn om de voeten van die modellen. U ook ?

En oh ja, Marina is één van die 23 bijzondere vrouwen in het leven van wijlen Jan Hoet.

Als u denkt dat verhaal niet voor 100 % juist is, mail mij dan het verzinsel.


donderdag 12 februari 2015

Economie IV The Entrepreneurial State




Marc Coucke laat in De Standaard neerschrijven : 

U haalt opnieuw uit naar de discussie over belastingen die rijken viseren?

‘De politiek is naast de kwestie bezig. Als er één iets is dat ik gezien heb bij al die mensen die me gecontacteerd hebben om bij hen te investeren, is dat er enorm veel ondernemerschap is in België. Terzelfder tijd staat er massaal veel geld op de spaarboekjes. Negentig procent van de discussie zou moeten gaan over hoe men het spaargeld in verbinding kan brengen met al wie wil ondernemen.’
Politiek ligt dat moeilijk?
‘Opnieuw: de politiek is naast de kwestie bezig. Ik verzet me niet tegen de mogelijkheid dat ik ook moet betalen, maar dergelijke discussies zouden maar 10 procent van de tijd mogen nemen. Investeringen in bedrijven aanmoedigen, dat is wat welvaart en budgetten creëert. Ik ga me niet bemoeien met de discussie over het al dan niet inperken van de werkloosheidsvergoeding in de tijd, maar ik zeg wel: zorg dat er minder werklozen zijn door ondernemerschap te stimuleren. Maak bijvoorbeeld dat we de e-commerce-trein niet missen. Het is niet omdat je hier het versturen van pakjes moeilijker maakt, dat er minder pakjes zullen verstuurd worden. Nederland zal het doen.’
Bon, dhr Coucke is niet de eerste die de overheid op de korrel neemt. Maar is dat altijd terecht ?

Eerst eens voorstellen: 

Een zeer zelfbewuste professor in de Economie van Innovatie – universiteit Sussex maar zoals haar naam en foto het verraden, van Italiaanse Oorsprong.
Al doet ze mij om één of andere reden denken aan Julia Roberts.

Eén van haar stokpaardjes is de rol van de overheid in de economie. 

Economen zijn het er vaak over eens: de overheid is geen ondernemer, moet geen ondernemer spelen. 
De overheid moet er alleen voor zorgen dat ze een gunstig klimaat creëren waarbij ondernemers kunnen ondernemen. 

The Entrepreneurial State heet haar boek.

En ze heeft meer dan een punt. Zo zijn er een aantal diensten – ondernemingen – die er niet zouden zijn mocht de overheid ze niet uit de grond gestampt hebben. 
De post, de telefonie, de spoorwegen, radio, televisie … . 
Scholen laat ik buiten beschouwing, die bestonden al maar het is geen slechte zaak dat de overheid ervoor zorgt dat deze financieel onafhankelijk vooruit kunnen, zodat iedereen kan studeren.

Maar er zijn ook een hele reeks economische motoren die er niet zouden zijn zonder de overheid als initiatiefnemer of minstens katalysator: de gsm, de gps, het internet …

Waar zou Steve Jobs gestaan hebben zonder de overheid ? vraagt Marina Mazzucato zich af.

soms is de overheid wel dankbaar voor wat de geprivatiseerde bedrijven doen
OK, veel ontwikkelingen zijn tot stand gekomen door het feit dat volkeren graag oorlog voeren, mekaar in het oog willen houden, bespieden of mekaar de loef afsteken door naar de maan en verder te vliegen. 

Nuttige neveneffecten voor de industrie liggen daardoor voor het grijpen maar de overheid haalt er niet altijd haar voordeel uit. Via spin-offs is ze er niet altijd in geslaagd rechtstreeks haar inspanningen te verzilveren.


Maar goed, een paar vragen:
-        -  zijn er nog van die zaken waarvan u na enige reflectie zegt: zonder overheid was het er niet geweest en daarom: bedankt overheid
-        -  waarin zou de overheid momenteel hard moeten op inzetten als innovator ?

Zend uw antwoorden ofwel via deze blog, of via facebook of zo u wil johan.rutgeerts@telenet.be

zaterdag 7 februari 2015

De regel van 3

http://www.canvas.be/programmas/reyers-laat/ba12c429-6f52-4fd0-bcf1-85404cdb8e83#panel-epiCollega Dirk Huylebroeck - wiskundige van het aangename soort - heeft samen met Karim Zahidi - zelfde faculteiten als Dirk maar heeft ook nog filosofie gestudeerd - in Reyers Laat een lans gebroken voor meer respect voor wiskunde in onze opleidingen. Omdat wiskunde niet enkel nuttig is, maar ook omdat het ons ook help redeneren.

Dirk stelt samen met collega Karim Zahidi vast dat dit vermogen de laatste jaren achteruit gaat.

Ik heb daar geen concrete cijfers over maar ik stel ook vast dat die oeroude en o zo nuttige regel van drie - eigenlijk heerlijk sappige vraagstukken uit de lagere school - in het latere leven soms een onoverkomelijk wiskundig probleem lijkt.
Ook bij de zogenaamde intellectuelen, zoals Dirk in het fragment fijntjes opmerkt.

Hier hebt u de link naar het programma maar leest u eerst verder.



Ik kan wel van getuigen van de stelling van beide ervaringsdeskundigen.

Ik leg volgend vraagstuk voor aan de studenten: het bureau waar u werkt factureert alle prestaties aan 65 €/uur. Een beetje aan de lage kant maar soit.

De winstmarge wordt op 15 % gesteld, de overheadkosten op 15€/u en het gemiddelde rendement van een beginnende medewerker dat voor het gemak op 50% gesteld wordt.

Vraag is dan: hoeveel mag die medewerker dan bruto verdienen ?

Het grootste deel van de studenten beantwoordt zoiets benaderend juist tot akelig precies, maar je trekt je ogen toch wel op als de antwoorden afkloppen op 80 €/u, 138 €, 184 € of 363 €. Het record was dit jaar 3.200 €/u.


Waar ligt dat aan ?

Gebrek aan zelfcontrole ?
Gebrek aan redeneringsvermogen ?
Gebrek aan empathie ?

Of is het stomme examensysteem dat de studenten onder druk zet ?

Kunt u mij op weg helpen ?

maandag 2 februari 2015

Digi Taal IX

Dit is Ellen Lanckman.

Heb ik leren kennen als facebook fenomeen.

Van het type vrouwen dat om de twee weken haar profielfoto verandert.
Uit onvrede misschien, want alles kan beter.

Ze ziet er goed uit.

Maar Ellen Lanckman heeft een talent dat ze graag met u deelt.

Schrijven en dichten.

Ze bestookt je met haar gedichten, nog meer dan met haar foto's.

Ook met haar bundel.
Over deugd en andere mankementen.

Een bundel om aangenaam in te verdwalen.

Zoals in dit gedicht(je).

De kop heb ik weggelaten.

Vraag: hoe luidt de titel van het gedicht ?

Handen ?

Jurkje ?

Deken ?

Als je het juist heb geef ik jou het adres waar je het bundel kunt kopen.

woensdag 28 januari 2015

Digi Taal VIII

Hier ziet u een foto van dichter Leonard Nolens in zijn werkkamer.

Voor alle duidelijkheid, die werkkamer bevindt zich niet in zijn woning.

Het is een foto die aan paar maanden geleden in de weekendbijdrage van De Standaard stond.
Sorry voor het jatten maar ik beloof u dat ik er geen schilderij van ga maken.

Wat ik zo bijzonder vind aan die foto:
kijkt u eens naar de zuinige orde die er heerst op dat bureau.

Links van hem een stapel boeken die hij nog niet gelezen heeft maar wel van plan is om te lezen.
Zo heb ik er ook een stapeltje van.

Iets hoger, achter de lampkap en voor de radiator ziet u de verpakking van een boek dat hem net is toegestuurd en dat ook op die stapel zal belanden.


















Zie zijn bril bijna orthogonaal op zijn schrijftafel liggen.

En rechts van hem, volgens hetzelfde stramien: zijn polshorloge dat hem waarschijnlijk hindert bij het schrijven, een schaar, een blad papier, twee pakjes Winston, een aansteker (iets verschoven toch), een meetlat, een nietjesmachien, een inktpot, dringend te beantwoorden briefwisseling, twee tubetjes pritt als soldaatjes.

De man heeft zijn bureau geordend zoals hij wil dichten en denken: niet rommelig maar zoekend naar structuur.

En daar horen ook woordenboeken bij. Daarin kun je rustig van het ene woord naar het andere wandelen.
Dat helpt bij het dichten.
Elk woord heeft zijn betekenis en dat moet passen en kloppen.

En wat je niet ziet is nog belangrijker: een computer.
Die zou zijn gedichten alleen maar stuk maken. Dat voel je zo.

En kijk eens wat een schril contrast met de plaats waar de reporter zit.
Pen: ligt schuin.
Papkje sigaretten: schuin.
Notitieboekje: schuin.
Gekregen dichtbundel: schuin.

Ik weet niet of de dichter zich opgelucht zal gevoeld hebben toen de reporter en de fotograaf weg waren.
Alles weer netjes kunnen ordenen. Heerlijk. 

Als u vindt dat dit verhaal niet 100% juist is, mail mij dan het verzinsel.

zaterdag 24 januari 2015

Namaak XIV







Geachte Heer Tuymans,


Het zit u deze dagen niet mee. 
Dat er wetten zijn die auteurs en kunstenaars beschermen, OK. 
Maar dat rechters daar dan ook nog moeten over oordelen. 

Wat kennen die tenslotte van kunst ?

 
Die snappen maar niet dat u zeer parodistisch bent ingesteld, en van de gazetten moet u ook al niet teveel steun verwachten.
 
En heb ik niet gelezen dat sommige vermaarde schilders u ook een beetje afvallig zijn ? Dat moet steken, toch ?

Ik snap dat niet.


Het is eigenlijk wel ergerlijk dat men een groot kunstenaar als u bent, niet meer respecteert. 
 
Voor kunstenaars van uw formaat zouden er eigenlijk geen wetten mogen gelden. 
Allez, waar gaan we naartoe als men mensen van uw formaat in hun artistieke vrijheid gaat beknotten ? 


 
’t Is maar een ideetje misschien, maar kijk, het is weer examentijd en dan zie je studenten zwoegen om hun toekomst toch een beter opstapje te geven. 



Mooie beelden levert dat op.

Ziehier mijn voorstel, u mag deze foto’s gebruiken om er een schilderij van te maken. 


U vindt er vast iets tussen dat u kunt kopie-pasten op uw manier.

U kunt het schilderij ook gewoon A Belgian Student noemen. 



En u moet mij niets vergoeden, mij ook niet vermelden. 



Leven in de gedachte dat ik op een heel, heel bescheiden manier heb mogen bijdragen tot de verdere uitbouw van uw wereldmeesterschap, kijk, dat is voor mij al eten en drinken.

Het blijft tenslotte tussen ons waar u uw beelden jat.


Maar raadpleegt u eerst misschien toch uw eminente juristen eens, voor alle veiligheid. 



Indien u vindt dat dit voorstel over de pot gerukt is, mail mij dan de overdrijving.

vrijdag 16 januari 2015

Digi taal VII


Herinner u dat ik u wees op het groeiritme van Vlaanderen (Digitaal III)

Wel, het duurde niet lang of een zekere Michiel Hutsebaut wees ons op een fout(je) in ons bericht.
Lees mee:

Ik vond een rekenfout (het verzinsel?) in uw laatste blogbericht. Als elk vierkantje 4 bij 4 mm meet en het grote vierkant 80 bij 80 cm is dan zijn er 200 x 200 = 40.000 vierkantjes, geen 25.600.

Waw, dat is een vergissing van meer dan 40 %.
Nu, vanwaar halen wij dat getal 25.600 ? 
Wel, voor alle duidelijkheid: er zijn 40.000 vierkantjes op het werk.
25.600 ervan zijn groen, de rest is rood.
Ik heb ze geteld.
De groene.
Van die 25.600: het kunnen er ook een paar meer of minder zijn, weet u.

Mochten er 50 - 50 rood en groen zijn, dan zou het rood overheersen.
Nu weet je niet of je rood of groen ziet.

Michiel gaat overigens verder in zijn kommentaar:
Ik vind het overigens een schitterende vergelijking, Morellet en Vlaanderen. Dat smaakt naar meer.


Op de gewestplannen zijn de industriezones paars gekleurd.

Moet je eens kijken wat Morellet van het geïnsdustrialiseerde Vlaanderen maakt.

Wat denkt u, meer paars dan rood of omgekeerd ?

Indien u denkt dat verhaal niet voor 100% juist is, mail mij dan het verzinsel.

woensdag 14 januari 2015

Digi Taal VI

I'm so sorry darling,

this is realy killing me.

I hate this, 

but

I have a deadline.


Dit is een conversatie uit een film waarvan ik de tittel vergeten ben en ik ben ook niet zo goed in het onthouden van namen van acteurs.


Roy Lichtenstein heeft dit deeltje uit het script onsterfelijk uitgelicht en sindsdien spreken we allemaal van een deadline.

Als we er tenminste een hebben.

Deadlines, je kunt er van houden of niet maar, bestaat daar nu echt geen Nederlands woord voor ?

Als je denkt dat verhaal niet voor 100% waar is, mail mij dan het verzinsel.

maandag 12 januari 2015

Digi Taal V


.

Nog maar eens over die 'partner-ouders'.

Een zekere Paul Vantomme wijst ons op iets merkwaardigs.
In Spanje - u weet wel, dat land van de dubbele familienamen - maken ze een onderscheid tussen de

- parentales carnales

en de

- parentales politicos.

De eerste zijn je echte ouders, van vlees en bloed;

de tweede heb je erbij om politieke of ander opportuniteiten

Spanjaarden en taal, ze kennen er iets van.

Hebt u nog een beter idee ?

vrijdag 9 januari 2015

Digi Taal IV

Dit is wat mijn dochter op haar blog schreef over het woord waar ik op zoek naar ben.
Bent u het er mee eens ?

Sinds kort is mijn vader op zoek naar een nieuw woord. Een woord voor familiale kwesties. Een woord om in één keer te kunnen zeggen: dit zijn de ouders van de man van mijn dochter.
Terwijl hij het uitlegt, geeft hij ook nog eens een steek onder water aan mensen die hun schoonouders niet willen aanspreken met mama of papa. (Al een geluk dat hij de familie op de foto anoniem maakte...)


Mijn ouders zeiden tijdens hun verkering mevrouw en meneer, en vanaf de trouwdag mama of papa tegen hun schoonouders. Maar wel met een ander accent. Bijvoorbeeld mammie tegen de eigen moeder en mama tegen de schoonmoeder. Papà tegen de eigen vader en papa tegen de schoonvader.

Zo doe ik het ook. Ik zeg mama en papa tegen mijn eigen ouders, moeke en vake tegen mijn schoonouders. Ik heb het getroffen met een schoonfamilie die Brabants-Antwerpse soortnamen gebruikt. Als mijn schoonfamilie die gewoonte niet had, dan sprak ik mijn schoonouders vandaag waarschijnlijk gewoon met hun voornaam aan. En nu ik ook kinderen heb, zou ik hen heel misschien aanspreken met oma of opa. Hoewel... Ik ben natuurlijk hun kleinkind niet!

Maar ik zou zeker en vast geen mama of papa zeggen. Ook al worden schoonouders natuurlijk een soort ouders, het zou toch een beetje raar klinken. Per slot van rekening zijn die mensen (die ik heel graag zie) pas na mijn kinderjaren in mijn leven gekomen.

Verder moet ik mijn vader wel gelijk geven. Het is niet praktisch dat onze taal geen term heeft om de relatie tussen ouders en schoonouders onderling aan te duiden. Ik suggereer partnerouders. Pas op, ik heb daarover nagedacht.

1. Partnerouders is kort voor 'de ouders van de partner van...'

2. 'Dit zijn de partnerouders van onze dochter.' Je vindt dat die ouders hun steentje bijdragen in het leven van jouw dochter. Ze draaien misschien af en toe een wasmachine zolang er op dat eerste appartementje geen plaats voor is. Van zodra er kinderen zijn, halen ze die op woensdagmiddag misschien af en toe op van school om de combinatie werk-gezin wat te ontlasten. Enzovoort.

3. 'Dit zijn onze partnerouders.' Je beschouwt jezelf en de schoonouders van je kind als partners in crime. Jullie willen alle vier (of alle vijf, zes, zeven, acht - al naargelang je nieuw samengestelde geschiedenis) het beste voor het koppel in kwestie. Dat ze een warm nest mogen hebben en houden.


Ziedaar, de drie lagen die ik ontwaar in het woord partnerouders. En wat denkt U? Is er in andere talen zo'n woord te vinden? Past partnerouders? Zijn er nog suggesties? Of houdt U het liever bij 'die van de kouwe kant'?

En zegt U mama en papa tegen uw schoonouders? Mevrouw en meneer? Oma en opa? Of gewoon de voornaam? Ik ben een nieuwsgierig aagje en ja, dat interesseert mij.



Noot: Wat mijn zus - psychologe van opleiding - in haar commentaar op mijn vaders blogpost nog veel interessanter vindt dan dat nieuwe woord, is de switch op de foto. 'De moeder van de kinderen staat naast haar schoonfamilie, de vader van de kinderen naast zijn schoonfamilie. Hoe schoon is dat niet!'



Ik herhaal mijn vraag: bent u het er mee eens ?

maandag 5 januari 2015

Namaak XIII

Sorry, ik en een tijdje weg van het net geweest maar kijk, ik ben terug en ik heb iets ontdekt over mensen die zelfs hun naam namaken.

Hier ziet u een Mondriaan uit de periode dat hij nog op zoek was naar het vatten van de wereld in lijnen.

Je mag er nog iets figuratiefs in zien maar liefst niet te veel want Piet was toen bezig zichzelf uit het figuratieve te worstelen.












Hij deed dat een tijdje in Parijs.

En dat is ook te zien aan zijn handtekening.

In plaats van het Nederlandse Mondriaaaaaaan wordt het plots Mondrian. Zoals in judoran.


Later in New-York tekent hij gewoon met P.M. zoals Albrecht Dürer tekende met A.D.
Of was het Pro Memorie ?

Kijk ook eens op bouwmaster.


Als u denkt dat verhaal niet voor 100% juist is, mail mij dan het verzinsel.


woensdag 24 december 2014

Namaak XII

Koen Van Syngel - architect en architectuurcriticus van beroep - schreef in De Standaard op 2 dec 2014 over de trap van Tielt-Winge.

Daarin verwijt Koen de ontwerpers Close to Bone dat ze zich te weinig hebben laten inspireren door de constructieve gedachten van El Lissitzky's ontwerp van de Lenintribune.
















De architectuurcriticus heeft het moeilijk met het wegmoffelen van de structuur door cortenstaalplaten waardoor je niets meer van de structuur ziet.


Tja, hadden ze structuur laten zien, dan kon je hen misschien verwijten van namaak.


Nu ze er iets massiefs van maken is het ook weer niet goed.

Misschien moeten we naar de visie van de ontwerpers eens luisteren.
Wat zeggen ze zelf over hun ontwerp?

We kozen voor een geprononceerde, expliciete en strakke vormgeving die contrasteert met de alom omringende natuurlijke elementen. De toren gaat als identiteit een dialoog aan met de omgeving en plaatst zich in juxtapositie ten opzichte van de omgeving.

Nou moe; hun ingenieurskunde kan ik zo op het eerste zicht niet beoordelen, maar een goede beschrijving van eigen werk neerzetten zit ze kennelijk niet in de vingers.

Overigens , wat is het nu ? Een toren of een trap ?

En hebben we dat al niet tot vervelens toe gehoord: een dialoog aangaan met de omgeving ?

En wat komt die juxtapositie hier om de hoek kijken ?

De beschrijving loopt nog even verder:
door zijn strakheid en opmerkelijk structureel concept daagt hij uit en noopt tot vragen, nieuwsgierigheid en uitnodiging.

Wat is het nu ? Een structureel concept of een geprononceerde, expliciete en strakke vormgeving ?

Het noopt volgens Koen Van Synghel waarschijnlijk niet om Lenin er een redevoering te laten afsteken, maar het daagde zeker een plaatselijke kennelijk Vlaams gezinde partij uit, om er een statement te maken.

Denkt u dat verhaal niet voor 100% juist is, mail mij dan het verzinsel.

maandag 22 december 2014

Vaderschap


Onlangs heb ik deze conversatie gehoord.
Man X vraagt aan man Y:
-       -   Y, ga je mee fietsen morgen ?"

-       -   Hoeveel kilometer ?"

-       -   Zo’n tachtig , fris tochtje."

En dan mengt de vrouw van Y zich er mee. Laten we haar Y’ noemen:
-     Maar lieverd, je weet toch dat ik nog maar drie maanden geleden bevallen ben en dat je testosterongehalte gezakt is en dat je dan niet goed kan fietsen.

Het leek welk een conversatie uit een Woody Allen film.

Klopt het dat mannen minder testosteron produceren na de bevalling van hun echtgenote ?
En heeft dit een invloed op ’s mans fietsprestaties ?

Terloops, man X is dan maar gaan fietsen met een paar papa's die dat reeds jaren geleden verworden zijn.

Als dit verhaal volgens jou niet 100 % juist is, mail mij dan het verzinsel.

woensdag 17 december 2014

14 - 18 IV

Hij was fier toen ik hem vroeg van wie die eretekens waren.

From my Grandfather. 

Je hoorde hem zijn grandfather met een hoofdletter uitspreken.

He did not die in the war, but he did a great job here.

What exactly kon hij niet zeggen maar hij was very proud to be here and to commorate and honour him. 

Veel van onze grootvaders hebben die verhalen voor zich gehouden.

Het kwam er bij de meesten nooit uit.

Ligt dat aan ons of de gruwelijkheid van de gruwelijkste der gruwelijkheden ?

Twee winkeltjes ver voorbij de Menenpoort kun je medailles kopen.






Ik heb mij al afgevraagd wie zoiets koopt. 




maandag 15 december 2014

Hermeneutiek I



Royden Rabinowitch
De Canadees Royden Rabinowitch is één van de meest intellectuele kunstenaars die Jan Hoet moet hebben ontmoet. 

Zijn verbaal vermogen is verbluffend. 

Dat van Rabinowitch bedoelen we.

Toen hij hoorde dat Jan H. in Gent woonde en werkte werd hij gevat door het verbluffende inzicht van de conservator. 

Werk van Royden Rabinowitch in S.M.A.K. - Gent
De hermeneutiek en de heuristiek achter Rabinowitch’ werk vonden immers hun wortels in Gent. (citaat uit de Luchtkunstenaar van Jan Haerynck, een zeer leesbaar boek over leven en werk van Jan Hoet)

Ik woon en werk al heel mijn leven in Gent en erken ook in een aantal van mijn Gentse werken de hermeneutiek. 

Een soort exegese die het bestaan van het werk verantwoordt. 

Noem het gerust een heuristieke krachttoer. 

Als u het mij vraagt was het zelfs een overtreffen van het neomalthusianisme, ver van numeristieke bezetenheid. Eerder idiosyncratisch. 

Je moet niet in een nyctinastie vervallen zijn om niet te zien dat mijn werk in dialoog treedt met de semantische geladenheid van zijn omgeving. 

Het heeft iets van een nupturiënt koppel dat zich laat drijven op de liefde. 

Voor de rest hoop ik dat u het ook schoon en hedendaags vindt.

Maar door mijn aangeboren bescheidenheid toon ik u hier geen afbeeldingen van mijn werk.

Als dit verhaal volgens u niet voor 100 % juist is, mail mij dan het verzinsel.